|
Maaien van zeegras bezuiden Wieringen in 1922 |







|
Haukeshaven |
|
Aanvoer IJsselmeer paling 1953 Den Oever |
|
Vangen van rotganzen 1928 |
|
Fuiken |
|
Aanvoer van vers zeegras 1928 |

|
Zo’n honderd jaar geleden waren twee zaken van groot belang voor de groei van de visserij in de kop van Noord-Holland: de aanleg van de spoorverbinding Den Helder–Amsterdam en de import van ijs uit de Noorse fjorden. Hiervan profiteerden ook Wieringer vissers die met grotere schepen op de Noordzee en met kleinere aken en skuutjes op het Wad visten. De schelpdiervisserij op het Wad vereiste ondiep stekende schepen, maar toch met voldoende laadvermogen. Zo ontstond naast de diepere stekende Lemmeraak de Wieringeraak. Deze Wieringeraken werden vooral in de diverse Friese plaatsen gebouwd (Makkum, Workum, Hindelopen). De Wieringer broers Teun en Dirk Doves bestelden in 1915 bij de werf van Ulbe Zwolsman in Workum een houten Wieringeraak voor hun vishandel, gevestigd in Den Helder. Ze gebruikten de aak, die voer onder het registratienummer HD77, als viskoopschuut of viskoopschuit, niet om te vissen maar om gekochte vis mee te vervoeren. Het schip bleek voor de vishandel toch te klein te zijn en op 22 december 1926 namen Broer en Cor Wit uit Den Oever de aak over. Het schip werd gebruikt voor de visserij met fuiken, aalkuil, wulkenkorren, botnetten, en mosselenkorren. Het registratienummer werd het nummer dat het nu nog heeft WR173. De naam "TWEE GEBROEDERS" werd niet gewijzigd.
Het kreeg de naam "VLIETER". Zo staat het afgebeeld in het boek "Ronde en platbodem jachten" van T Huitema (1962). Een latere eigenaar voer met betalende gasten. Zo kwam het in de zomer van 1976 regelmatig in Den Oever. Rinse Zijlstra, toenmalige voorzitter van de stichting Oud Wieringen, zag het schip en wilde het als belangrijk cultuurmonument behouden voor Wieringen. Hij wist een aantal personen zo te motiveren dat ze langdurig renteloos een bedrag uitleenden waardoor de koop van het schip door kon gaan. Rond het schip vormde zich een groep mensen van diverse pluimage: vissers die het varen op houten Wieringeraken nog zelf hadden meegemaakt, jongeren die het wilden leren en mensen die zich met het onderhoud bemoeiden. In 1991 zijn de verschillende werkgroepen van de Stichting Oud Wieringen omgezet in zelfstandige verenigingen. De werkgroep aak ging verder als VERENIGING AAK met het zelfde belangrijke doel: het varende houden van de Wieringeraak WR173.
|

|
Vereniging botterbehoud |